Reportage DE KUNST EN DE MEIDEN

gepubliceerd in: 
Theaterkrant Magazine
gepubliceerd op: 
02/06/2025

10CHILDREN FOCUST OP PUBERMEISJES IN PUNE

Met hun project 10CHILDREN – Art for change maken regisseur Liesbeth Coltof en dramaturg Dennis Meyer in tien steden over de hele wereld de pijn van kinderen die in schrijnende armoede opgroeien hoorbaar, zichtbaar en voelbaar. In 2023 faciliteerden ze verbindend theater in Cleveland (VS), daarop volgde Düsseldorf, en dit jaar realiseren ze alweer een derde editie, in Pune, India. Ook nu legt Brechtje Zwaneveld verslag. ‘Wij kunnen niet mee, maar onze woorden gaan helemaal naar Nederland?’
‘Waar kom jij vandaan?’, vraagt een meisjesstem. Een andere stem buitelt over haar heen: ‘Kan je de voorstelling wel verstaan?’ Ik zit op de betonnen treden van de arena van een van de grootste meisjesscholen van Pune, een miljoenenstad in het westen van India. Boven mij hangen een stuk of twintig meisjeshoofden. Het is pauze tijdens de voorstelling सोपं नसतंच काही (Nothing is easy), gemaakt in het kader van 10CHILDREN.

Van de vijfhonderd meisjes, jongens en volwassenen in de arena is deze groep in vliegende vaart op me afgestormd. Ze spreken me aan in het Engels. Ik leg uit dat ik de voorstelling niet kan verstaan omdat ik geen Marathi spreek, maar dat ik ben meegereisd met de mensen die deze voorstelling hebben geïnitieerd en dat ik daarom begrijp waarover het gaat. Ik vraag ze wie hun lievelingspersonage is. ‘Sapna! Want zij worstelt echt met haar leven,’ zegt er een. ‘Net als zij kan ik ’s avonds na school ook niet thuis studeren.’ Waarom niet, vraag ik. ‘Omdat ons huis maar één kamer heeft en mijn vader dan moet slapen en het licht dus niet aan mag.’ Een ander noemt Sunny, een meisje dat zichzelf kleedt en gedraagt als jongen omdat ze voelt dat haar vader trotser zou zijn als hij niet alleen maar dochters zou hebben. Ik vraag ze naar het derde personage en dan wordt het stil. Komal is in handen gevallen van een loverboy.
10CHILDREN – Art for change is de internationale beweging op het snijvlak van sociale actie en kunst van regisseur Liesbeth Coltof en dramaturg Dennis Meyer. In tien steden over de wereld brengen ze artistieke en maatschappelijke partners bijeen om kinderen die in armoede opgroeien een platform te bieden om hun stem te laten horen. Enerzijds om deze kinderen zelfvertrouwen te geven en het besef dat hun leven net zo veel waard is als dat van kinderen die in welvarender situaties opgroeien. Anderzijds om politici aan te moedigen de 385 miljoen kinderen die wereldwijd in extreme armoede leven niet als duizelingwekkend getal te zien, maar als mensen met een gezicht aan wier bittere omstandigheden iets gedaan moet worden.
Elke stad kent een eigen thema van waaruit een beeldend kunstproject, een theatervoorstelling, een documentaire en al naar gelang de mogelijkheden en wensen van de betreffende partners, een congres, professionals meeting of educatieproject worden gerealiseerd. Centraal staan degenen om wie het gaat: kinderen die opgroeien in armoede, of – zoals ik inmiddels heb geleerd – kinderen die opgroeien in underserved circumstances. Hun levens, worstelingen, dromen, veerkracht en creativiteit vormen het kloppende hart van 10CHILDREN; deze kinderen zijn deelnemer én toeschouwer. Sinds de eerste editie van 10CHILDREN in Cleveland in de Verenigde Staten (2023), over gezondheid, reis ik mee en ontdek ik steeds beter wat de kracht is van dit sociale community-project. In Pune is het thema meisjes: ती (SHE). En specifieker, pubermeisjes.
Vibhawari Deshpande is actrice, schrijver, regisseur en oprichter van Rainbow Umbrella. Op de schaduwrijke veranda van het kantoor van de organisatie in hartje Pune – onder ons toeteren de riksja’s, auto’s, scooters en handkarren voort – legt ze uit wie ‘SHE’ zijn. ‘In India zijn de meeste huwelijken gearrangeerd door de ouders. Meisjes gaan naar de familie van de bruidegom, dus er wordt wel gezegd: een dochter is de rijkdom van iemand anders. In gezinnen waar amper middelen zijn om te kunnen leven, kiezen ouders ervoor om hun dochters zo snel mogelijk uit te huwelijken. De wettelijke leeftijd daarvoor is achttien jaar. Na hun huwelijk studeren deze meisjes vaak niet verder, waardoor ze niet onafhankelijk worden en hun financiële situatie niet kunnen verbeteren.’ Shrirang Godbole is medeoprichter van Rainbow Umbrella en vult aan: ‘Om een meisje te kunnen uithuwelijken mag ze geen stigma hebben. Ze mag niet zijn lastiggevallen op straat, fysiek of verbaal. Aanranding en verkrachting komen vaak voor, maar ook geflirt kan de eer van een meisje in de gemeenschap aantasten. In gezinnen met een lage sociaal-economische situatie houden ouders hun dochters zodra ze beginnen te menstrueren binnen en leggen ze strenge restricties op. Het weerhoudt meisjes ervan zich te ontwikkelen en hun situatie te overstijgen, zoals uiteindelijk ieder mens graag wil.’
Deshpande en Godbole maken sinds de jaren tachtig samen theater, geïnspireerd door het sociaal-kritische GRIPS-theater voor kinderen van Volker Ludwig uit Berlijn. Ze werken als vrijwilligers, met amateurspelers, zonder subsidies en vanuit een duidelijke missie. ‘Van het GRIPS-theater hebben we een aantal principes overgenomen. Volwassenen spelen de rollen van kinderen, we vertellen verhalen over sociaal-maatschappelijke onderwerpen en we kiezen voor een toegankelijke vorm, vaak met liedjes en muziek’, aldus Godbole. Ze richten zich in hun werk op de middenklasse en vinden daar ook hun grootste publiek. Dat knaagt. Deshpande: ‘We beseffen al sinds we zijn begonnen dat er een veel grotere groep kinderen is dan de kinderen die we nu bereiken. Kinderen uit lagere sociale klassen, kinderen uit de Vasti’s (sloppenwijken) komen soms wel kijken naar onze voorstellingen, maar dat blijft eenrichtingverkeer. Wij komen iets brengen en zijn dan weer weg. We voelen de morele verantwoordelijkheid om ook hun verhalen, problemen en dromen te representeren maar wisten niet hoe we dit moesten aanpakken. 10CHILDREN inspireerde ons om buiten onze eigen bubbel te treden en een brug te bouwen. We kwamen in contact met vrijwilligersorganisatie Seva Sahayog Foundation (SSF) die in de Vasti’s educatieprogramma’s organiseert met als doel de kloof tussen een worstelende, kansarme mensheid en een trotse, ambitieuze mensheid te overbruggen.’
DE VEILIGHEID VAN DE ABHYESIKA (STUDEERKAMER)
‘Toen mijn broers stopten met school, mocht ik van mijn ouders ook niet meer naar school.’ In een van de Vasti’s waar Rainbow Umbrella via SSF op bezoek is geweest om onderzoek te doen, praat ik met een stuk of vijftien meiden tussen de 13 en 16 jaar oud. Elke woensdagavond komen ze samen in deze krappe ruimte van golfplaten die ze liefdevol ‘studeerkamer’ noemen. Onder leiding van een SSF-docent bespreken ze onderwerpen zoals persoonlijke hygiëne (menstruatie is een taboe, maandverband en tampons zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend) en het verschil tussen liefde, aantrekkingskracht en vriendschap. De meiden krijgen hulp bij hun huiswerk en maken uitstapjes naar plekken buiten hun Vasti om hun horizon te verbreden en hun zelfvertrouwen te vergroten. Ze hebben een rode plastic stoel voor me neergezet en zijn zelf op een groot kleed op de grond gaan zitten. Het geeft wat gemorrel en gegniffel als ik weiger om op de stoel te gaan zitten. Radhika Kondejkar, een van de oprichters van SSF, vraagt me of ik zeker weet dat ik op de grond wil zitten, op ooghoogte met de meiden, en accepteert uiteindelijk dat dat echt is wat ik wil. De meiden kijken me verwachtingsvol aan en ook met enige terughoudendheid. Ik leg ze uit dat ik als verslaggever met ze kom praten over wat ze hebben meegemaakt met de mensen van 10CHILDREN en Rainbow Umbrella. Als ik vervolgens zeg dat ik niet alleen vragen aan hen wil stellen, maar dat ze mij ook vragen mogen stellen, barsten ze onmiddellijk los. ‘Wat is jouw opleidingsniveau?’ ‘Wat voor culturele gebruiken zijn er in het land waar jij vandaan komt?’ ‘Hoe zijn de rechten van vrouwen geregeld in jouw land als ze worden misbruikt?’
Deze meiden weten waarover ze het willen hebben. Ze willen arts, politieagent, danser of boer worden en ze leggen me geduldig uit dat ze weliswaar jaloers zijn op hun broers die later thuis mogen komen dan zij, maar dat ze de regels van hun ouders ook begrijpen. In de smalle, ongeasfalteerde straatjes vol afval en puin van de Vasti is het na zonsondergang niet veilig voor ze, en zelfs in sommige huizen niet. Als ze iets zouden mogen veranderen aan hun situatie, zo zegt een groot aantal van hen, dan is het dat het misbruik en het geweld stopt. De persoonlijke wanhoop die schuilt achter deze algemene oproep snijdt in mijn buik. Stilstaan bij hun ellende doen ze niet. Ze haastten zich om te zeggen dat ze zich hier in de studeerkamer veilig voelen en zich kunnen focussen op wat ze belangrijk vinden: studeren, goede cijfers halen zodat ze later voor zichzelf kunnen zorgen en, net zoals ik, de wereld over kunnen reizen. Het liefst willen ze nu onmiddellijk met mij mee. ‘Dus’, zegt degene die niet meer naar school mag omdat haar broers haar niet meer kunnen beschermen, ‘wij kunnen niet mee, maar onze woorden gaan helemaal naar Nederland?’ Dat vindt ze een aardig alternatief.
Vol enthousiasme vertellen ze vervolgens hoe ze hun favoriete voorwerpen in kleurrijke stof hebben uitgeknipt, in de 10CHILDREN-workshop van kunstenares Vaishali Oak, hoe ze het theaterspelletje ‘ZipZapBoink’ hebben gespeeld in de workshop van Vibhawari Deshpande, en hoe ze hun tijd verdelen tussen hun huishoudelijke taken, gezelligheid en schoolwerk, als ze tenminste nog naar school gaan. En dan begeleidt een aantal jongens de hele club terug naar hun huizen.
Radhika Kondejkar legt na afloop uit: ‘Ouders zijn heel belangrijk, vooral de moeders want zij zijn verantwoordelijk voor de kinderen en het leven thuis. Wij willen dat zij beseffen hoe belangrijk het is dat hun dochters na hun veertiende (tot dan zijn kinderen leerplichtig, BZ.) naar school blijven gaan, maar we willen niet interfereren met hun waarden, dat is onduidelijk en dan verliezen we vertrouwen. Misbruik is een ingewikkeld onderwerp voor ons, omdat het vaak door familie of bekenden gebeurt. We kunnen ouders er dus niet rechtstreeks op aanspreken want dan houden ze hun dochters bij ons weg. Daarom maken we met onze programma’s de meiden zelf bewust van en wegwijs in hun mogelijkheden en rechten.’ SSF drijft op meer dan 22 duizend vrijwilligers, ook de oprichters en leidinggevenden van de organisatie werken vrijwillig. Alleen de docenten in de Vasti’s en de coördinatoren uit de Vasti’s krijgen betaald. Daarvoor werkt SSF samen met meer dan tweehonderd sponsoren.
Terug in de riksja praat ik na met Rutuja Karanjkar, een studente Duits. Ze heeft het Marathi van de meiden voor me vertaald. Ze vertelt dat ze in een wijk woont die op nog geen 100 meter afstand van deze Vasti ligt, maar dat ze er nog nooit geweest is en dat ze nu haar ouders moet bellen. Die zitten in grote spanning te wachten op een teken van leven van hun dochter. Karanjkar geeft toe dat ze zelf ook nerveus was over dit bezoek, maar dat ze nu heeft geleerd dat ze niet alleen maar op slechte verhalen af moet gaan en dat ze iets heeft meegemaakt dat ze voor geen goud had willen missen. ‘Voor mij is het eigenlijk net zo gek om daar binnen in die studeerkamer te zitten als voor jou, maar ik woon ernaast en jij woont duizenden kilometers verderop’, verzucht ze. Door haar ervaring wordt me nog duidelijker hoe pijnlijk het verschil tussen fysieke en sociale afstand is.
GEMEENSCHAPSGEVOEL OP CELNIVEAU
In een heel ander gedeelte van de stad, met brede lanen en minder verkeer, maak ik kennis met Vaishali Oak en Raju Sutar. Oak is kunstenares en werkt met stof. Haar kunstwerken reizen naar steden als Beijing en Mexico City voor tentoonstellingen. ‘Via de post’, zegt ze triomfantelijk, ‘dat is een groot voordeel van stof, je kan je werk gewoon opvouwen.’ Sutar schildert en is curator. Samen zijn ze verantwoordelijk voor het kunstproject dat op verzoek van Rainbow Umbrella wordt gemaakt als onderdeel van 10CHILDREN. Hun concept is gericht op de hoop, ambitie en verbondenheid van de meiden in de Vasti. Samen met zestig van hen schilderde Sutar in een middag een gigantisch doek. Expressie, plezier en vrijheid waren het devies. Het kleurrijke doek, met handafdrukken en kwaststreken, wordt verbonden met drie open frames waaraan de uitgeknipte favoriete objecten worden bevestigd van de meiden die ik in de Vasti heb ontmoet. Het geheel krijgt de titel Interwoven.
Sutar: ‘Sommige problemen kan je niet in je eentje oplossen. De grote ongelijkheid in deze tijd vraagt om een gevoel van gemeenschap. Een gevoel dat bij iedereen op celniveau moet worden aangeboord. Vanuit verschillende sociaal-economische lagen in de samenleving, met elk een eigen perspectief, zijn we niet van elkaar gescheiden, maar juist verweven. Uiteindelijk zijn we allemaal deel van hetzelfde. Dat wordt vaak vergeten en degenen in de lastigste posities, zoals deze meiden, hebben daar het meeste last van. Met dit kunstproject geven we ze hun trots en creativiteit terug die ze wordt afgenomen door de omstandigheden waarin ze leven. We hebben samen met hen een ecosysteem gecreëerd waarbinnen iedereen kan dromen.’
ONDERWIJS IS DE OPLOSSING
Waar Interwoven het belang van vrijelijk dromen benadrukt, stelt de voorstelling Nothing is easy het belang van onderwijs centraal. Deshpande van Rainbow Umbrella heeft een tekst geschreven waarin drie Vasti-meisjes in een dumpyard belanden. ‘Elk gebouw waar mensen uit de middenklasse wonen heeft zo’n ruimte’, vertelt Deshpande. ‘Een appartement dat leegstaat, waar iedereen zijn rotzooi neergooit. Zonder hulp van vrijwilligersorganisaties, NGO’s en beurzen om te kunnen studeren, ga je je zo voelen als je in een Vasti opgroeit: als afval, opgesloten op een plek waar niemand zich om je bekommert.’ De personages Sunny, Komal en Sapna krijgen hulp van een magische dame die ze aan de hand van historische voorbeeldfiguren wijst op het belang van goede scholing. Zo zijn er de eerste vrouwelijke arts uit India (Anandi Gopal) en de eerste vrouwelijk politieagent (Kiran Bedi). De magische dame zelf blijkt aan het eind van de voorstelling ook een historisch voorbeeldfiguur te zijn: Savritriba Phule, die in de negentiende eeuw als eerste vrouwelijke onderwijzer samen met haar man vocht voor vrouwenrechten en onderwijs voor vrouwen. De boodschap is duidelijk: vrouwenemancipatie en het verbeteren van je leven begint bij onderwijs.
Voor mijn westerse oren is het een weinig swingende boodschap, maar ik realiseer me dat het kille noodzaak is in de realiteit waar meiden thuis worden gehouden omdat het vanwege aanranding risicovol is om naar school te gaan en ze na hun huwelijk op hun achttiende meestal niet verder studeren – dus waarom zou je spaargeld aan een vooropleiding uitgeven? En ook al wil je dat wel, er zijn allerlei andere uitgaven die minstens zo nuttig zijn. In een van de vele gebouwen op de lommerrijke campus van meisjesschool MKSSS in Pune praat ik over het Indiase onderwijs met Radhika Ingale. Zij ondersteunt SHE facilitair. In de jaren tachtig maakte ze samen met Godbole en Deshpande theater en nu is ze hoofd van SMART, de kunst- en media-afdeling van MKSSS. Deze meisjesschool verzorgt onderwijs aan 35 duizend meisjes, van kleuterschool tot studierichtingen op universitair en PhD-niveau. MKSSS wordt volledig gefinancierd vanuit donaties en giften uit de samenleving, niet met overheidsgeld.
Ingale vertelt dat het Indiase onderwijs zich pas de laatste jaren begint los te weken van het Britse koloniale curriculum dat ook na de onafhankelijkheid dominant was. Langzaamaan begint de focus zich te verplaatsen naar een meer Indiaas curriculum, gebaseerd op Indiase denkers, (geschied)schrijvers en pedagogen. In het basis- en voortgezet onderwijs wordt steeds meer gekozen voor een holistische benadering waarin het niet alleen gaat om kennisoverdracht en het voorbereiden van academische vaardigheden, maar ook om de sociale, emotionele en fysieke ontwikkeling van kinderen. Vaardigheden als oplossingsgerichtheid, kritisch denken en samenwerken worden gestimuleerd vanuit het idee dat je hierdoor jezelf en de wereld om je heen beter leert kennen. Op mijn vraag waarom meisjes gescheiden van jongens worden onderwezen – moeten mannen en vrouwen niet juist van jongs af aan leren dat ze samen verantwoordelijk zijn voor elkaars veiligheid en moeten mannen niet gewoon leren dat ze vrouwen niet ongewenst moeten benaderen? – antwoordt Ingale: ‘Even voor de duidelijkheid: in India zijn er inmiddels meer hoger opgeleide vrouwen dan mannen. Terwijl 128 jaar geleden onderwijs nog verboden fruit was voor vrouwen. De inhaalslag is enorm geweest. De meiden die hier naar school gaan, komen uit gezinnen waar weinig geld is. Deze ouders zouden hun dochters in de kwetsbare leeftijd van hun puberteit niet naar school laten gaan als er geen meisjesschool zoals deze zou zijn. En natuurlijk houden we ze niet volstrekt gescheiden van mannen. Er zijn mannelijke onderwijzers, jongens mogen gewoon de campus op, we zijn een open instituut.’
EEN WERELDWIJDE COMMUNITY
De avond voor de eerste voorstelling van Nothing is easy vertelt Renuka Chaudhari over haar personage Komal: ‘Ze worstelt met een man die lief lijkt, maar haar eigenlijk misbruikt. Ik kom zelf uit een betere sociale situatie dan mijn personage, maar aanranding komt in alle lagen van de bevolking voor. Ook in mijn kringen durven meiden er niet over te praten omdat ze bang zijn dat hun ouders restricties opleggen. We willen allemaal zo vrij mogelijk kunnen leven. Toch is het belangrijk om er wel met iemand over te praten als zoiets je overkomt. Dat laten we in deze voorstelling zien.’ Shirin Barve die Sunny speelt, is zenuwachtig: ‘Ik wilde als kind ook weleens een jongen zijn omdat mijn broer onderuitgezakt in zijn pyjama op de bank mocht liggen als er bezoek kwam, en ik niet. Maar ik vind het wel spannend dat we de voorstelling gaan spelen voor meisjes uit een gedeelte van de samenleving waarmee ik nog nooit echt in contact ben geweest. Ik weet niet hoe het is om in hun situatie te leven. Ik hoop dat het goede voorbeeld uit de voorstelling ze de moed geeft om manieren te vinden om zelf hun problemen op te lossen, maar misschien denken ze wel: wie ben jij, jij begrijpt helemaal niks van mijn leven.’
Barves angst blijkt onterecht. Tijdens het tweedaagse festival komt alles samen. Overdag vindt in het auditorium van MKSSS een congres plaats met verschillende vrijwilligersorganisaties, een Vasti-straattheatergezelschap van meiden die zelf hun teksten schrijven, repeteren en opvoeren, lokale politici en activisten uit Pune en omstreken. Godbole zet in zijn openingswoord meteen de toon: ‘Deze conferentie is voor de meiden. Wij zijn de gasten, niet zij.’ Meiden die deelnemen aan de programma’s van SSF kondigen de verschillende sprekers aan, en vertellen wat SSF ze leert. Siddhi Nigot is een van hen: ‘Ik heb vertrouwen in mezelf, in mijn ambities en doelen. Die kan je alleen zelf bereiken, zonder te blijven hangen in jezelf vergelijken met anderen of je klein voelen omdat de samenleving op je neerkijkt. SSF heeft ons geleerd om onze uitdagingen hardop uit te spreken en zelf oplossingen te zoeken en beslissingen te nemen.’ Kondejkar van SSF noemt de samenwerking met 10CHILDREN en de verschillende kunstenaars een verrijking voor hun organisatie: ‘Via kunst kunnen meiden zich op andere manieren uiten. Dit project gaat over sociale grenzen, taalbarrières en landsgrenzen heen. SHE is uiteindelijk een girl next door die haar gedachten en gevoelens wil uitspreken, net zoals iedereen.’
Tot slot onderstreept Dr. Neelam Gorhe, de vicevoorzitter van de Maharashtra Legislative Council (het Hogerhuis van de Indiase staat Maharashtra) en voorzitter van SAK, een organisatie die zich onder andere inzet voor vrouwenrechten, het belang van deze bijeenkomst en ze geeft aan randvoorwaarden te zullen creëren om dergelijke projecten ook in de toekomst mogelijk te maken.
’s Avonds wordt de tentoonstelling bezocht en de documentaire विद्ये विना (Without knowledge/learning, zie kader) bekeken. En als laatste onderdeel volgt de voorstelling. Scholieren van MKSSS, groepen uit de Vasti’s, de bezoekers en sprekers van het congres drommen samen in de grote arena. Het verschil tussen fysieke en sociale afstand verdwijnt en na afloop worden ervaringen en gevoelens open met elkaar en de acteurs en actrices gedeeld.
Voor Liesbeth Coltof en Dennis Meyer is 10CHILDREN Pune in meerdere opzichten geslaagd. Zoals SSF benadrukt dat ze op middelen en mogelijkheden kunnen wijzen maar dat de meiden zelf oplossingen moeten zoeken en beslissingen moeten nemen, zo benadrukken Coltof en Meyer dat zijzelf geen stempel willen drukken op de invulling die verschillende partners aan hun project geven. Ze inspireren en bieden een thema, planten een zaadje, blijven aanzwengelen, luisteren, denken mee, geven voorbereidende workshops en lezingen, geven dramaturgisch advies en regiecoaching, en laten op een gegeven moment ook los. Coltof: ‘Wij zijn niet met z’n tweeën 10CHILDREN, de partners in al die verschillende landen zijn samen 10CHILDREN. Zij moeten werken vanuit hun behoefte en inzicht. Dat is hier fantastisch opgepakt er zijn verbindingen ontstaan die er eerder niet waren en die grote impact hebben. Vaishali Oak gaat via SSF met vrouwen uit de Vasti’s met textiel werken zodat die vrouwen zelf hun eigen bedrijfje kunnen opzetten door bijvoorbeeld tassen te maken. En Rainbow Umbrella gaat deze manier van werken doorzetten, in samenwerking met de kinderen in de Vasti’s en verschillende kunstenaars. Ik zou ze gunnen dat er ergens geld voor ze te vinden is en vind het vreselijk dat wij ze niet kunnen financieren. Maar er is tot nu toe geen fonds dat ons wil subsidiëren. Voor maatschappelijke fondsen is het project te artistiek en voor artistieke fondsen is het juist te maatschappelijk.’ Meyer vult aan: ‘Het is belangrijk om te beseffen dat sociale verandering niet in grote onmiddellijk voor de wereld zichtbare stappen gaat. Maar bij alle deelnemers aan het project treedt een verandering op: in bewustzijn en vertrouwen, in het vinden van verbinding, in nadenken over de betekenis van kunst, of uit een bepaald isolement komen. Al die kleine stappen zijn nodig en bereiken heel langzaamaan steeds meer mensen. We zien dat 10CHILDREN zich als een olievlek aan het verspreiden is en werken ernaartoe dat de verhalen en oplossingen van de kinderen in deze groeiende mondiale community voor een steeds grotere groep zichtbaarder worden.’

In de korte documentaire Without knowledge/learning geven Tejas Kulkarni en Mahesh Khandare met zorgvuldige beelden een indruk van het leven in de Vasti’s. Studeren naast bergen afval omdat er thuis geen ruimte is, dicht op elkaar gebouwde huizen van plastic en golfplaten, halfvergane riksja’s, kleurrijke stoffen aan de waslijn. Meiden vertellen over hun dromen, de vele huishoudelijke taken die ze uitvoeren, vechtpartijen op straat en starende jongens. Moeders vertellen over hun worstelingen met het weinige geld dat ze maar één keer kunnen uitgeven en een psycholoog legt uit dat arme vrouwen sneller depressief zijn dan mannen omdat vrouwen niet alleen hulpeloosheid ervaren door hun lage economische status, maar ook door de lage waardering van hun gender.
10CHILDREN is van 31 mei t/m 6 juni 2025 onderdeel van het festival Westwind in Düsseldorf. In voorbereiding zijn edities in Kaapstad, over de grote verantwoordelijkheden van kinderen binnen het familieleven (nog geen datum), São Paulo, over inheemse kinderen die opgroeien in de onzichtbare hoeken van de stad (nog geen datum), Accra (Ghana), over toegang tot onderwijs (nog geen datum), Curaçao, over jongens en hun kansen en mogelijkheden (2026) en Sittard-Geleen, in samenwerking met Het Laagland over vervoer (2027). In 2028 vindt in Amsterdam een 10CHILDREN festival plaats waarin werk van alle edities tot dan toe zal worden getoond en een uitwisseling plaatsvindt tijdens een meerdaags congres.

Foto Aayush Sane / Ritesh Mudgal / Sanmitra Deshpande