Recensie Klucht van BonteHond

gepubliceerd in: 
theaterkrant.nl
gepubliceerd op: 
25/09/2016

‘Jullie komen voor een klucht, dan kunnen jullie die krijgen ook’, zo wordt het 6+premièrepubliek van Klucht gewaarschuwd. De toeschouwers moeten oppassen want er zitten moeilijke woorden in de voorstelling, de acteurs zullen in hun ondergoed rondlopen en het gezelschap (BonteHond) acht zich niet verantwoordelijk voor verwarde reacties na afloop.

René Geerlings en Job Raaijmakers bedachten eerder samen de voorstellingen Aap en beer en Niet huppelen! Beide voorstellingen namen met veel slapstickhumor en een compleet over-de-top-geluidsdecor een prettig loopje met de verwachtingspatronen van vierjarigen. Dit keer zijn de zesjarigen aan de beurt en wordt er flink geklungeld in de relationele sfeer.

Vijf acteurs hollen (even clownesk als ontwapenend) achter elkaar aan, zijn ‘met de een’ maar stiekem ‘op de ander’ en slaan bovendien gretig met de twaalf deuren die het kleurrijke decor rijk is. Het is knap hoe het oergegeven van een deurenkomedie door deze makers en spelers wordt vertaald naar de belevingswereld van net-naar-schoolgaande kinderen. Wie op wie is en dat je dan ook weer op iemand anders kan zijn en met z’n drieën op elkaar, of eerst op een jongen en dan op een meisje, dat doet er allemaal niet zoveel toe: alles is even spannend en bovendien van eenzelfde gillerige emotionele orde als water op de vloer van de wc of een spelletje ‘bh-kopen’ of ‘solliciteren’, waarbij er steevast iemand zich moet uitkleden in de walk-in-garderobe-kast.

De enige die af en toe werkelijke verwarring veroorzaakt in deze wereld van spelende volwassenen is ‘het kind’. Telkens als de volwassenen op het hoogtepunt van hun lol zijn aanbeland, roept het kind – onzichtbaar, alleen te horen via de intercom naast het kleinste deurtje – ingewikkelde vragen als ‘waar was ik voordat ik werd geboren?’ of ‘als ik zeg dat ik altijd lieg, is dat dan waar?’ Op die momenten worden de volwassenen even echt volwassen: onwetend en het antwoord schuldig. En telkens ontstaat er dan kortsluiting in de electriciteitskast. Als die vervolgens met veel gesis en stroboscopisch licht is verholpen, blijkt alles anders te zijn dan daarvoor.

Want er wordt nogal wat heen en weer gehannest met snorren, brillen en persoonsverwisselingen in deze nieuwbouwwoning, waar behalve de heer en vrouw des huizes ook nog bezoek, een huishoudster, loodgieter, inbreker en politie over de vloer komt. Uiteindelijk is het totaal onduidelijk wie nou wie is, ook voor de personages zelf.

Met het toenemen van de verwarring bij de personages, neemt ook het absurdisme in de voorstelling toe. Het geheel lijkt daarmee naar het einde toe iets van focus te verliezen. De verrassingen van het deurendecor nemen dan zo’n grote vlucht dat de op zich mooie vondst met ‘een deur die geen deur is’ niet echt iets toevoegt. Maar gelukkig eindigt de boel dan weer met een goeie onderbroekendans. Wat dat betreft is Klucht een echte klucht.